De mogelijkheid om ook op zondag te ondernemen in Oud-West past bij een moderne samenleving en een bruisende stad als Amsterdam. Het is aan ondernemers te danken dat ze hebben afgemaakt wat de overheid heeft ingezet: de transformatie van de Overtoom van een verloederde verkeersader tussen snelweg en centrum naar een aantrekkelijke wandelboulevard met leuke antiekzaakjes en verfijnde meubelhandel. Deze ondernemersgeest heeft zich uitgestrekt over heel Oud-west. Het was de deal tussen stadsdeeloverheid en ondernemers: de overheid zorgt voor een aantrekkelijke openbare ruimte, en ondernemers doen de rest.
Onuitgesproken onderdeel van die deal was dat de overheid niet moeilijk gaat doen als zo'n antiekzaak dan op zondag de deuren opent. Het gebeurde gewoon, en het kwam de overheid goed uit dat de Overtoom ging bloeien als nooit tevoren. Want dat willen we allemaal. En het beperkte zich niet tot de Overtoom, het ging verder, naar de Constantijn Huijgensstraat, naar de Jan Pieter Heijestraat, eigenlijk naar elke straat. En het beperkte zich ook niet tot antiek of meubels. Het zijn ook groentezaken, bakkers, fietsenmakers, delicatessenwinkels en hoedenzaken. Kortom, een geweldig succes, en naar volle tevredenheid van de bewoners.
Dit succes zou nooit verstoord zijn geweest als het kabinet niet had aangekondigd om strengere wetgeving te gaan maken op de zondagopenstelling van winkels. Dat was voor VVD stadsdeelwethouder Toonk aanleiding om voor te stellen om een gegroeide praktijk te formaliseren met een officiƫel toegestane opening van winkels op zondagmiddag. Sommige zaken halen op die zondagmiddag wel 30% van hun weekomzet.
De manier waarop de besluitvorming zich vervolgens in de stadsdeelraad ontwikkelde doet denken aan een slechte soap. Wie had kunnen vermoeden dat dit onderwerp de al 10 jaar durende coalitie tussen PvdA, GroenLinks en VVD zou opblazen? (Saillant detail: al even zolang zijn de winkels op zondag open) De vraag dringt zich op of het om argumenten ging, of om onderstromen van jarenlange irritatie. De coalitie viel voordat de oppositie het woord had kunnen voeren. De wethouder was afgetreden voordat het debat was begonnen.
Toonk had inderdaad irritatie opgewekt, niet alleen van de coalitiepartijen. Nuancering en verbindende kwaliteiten kan de D66 fractie hem niet als complimenten meegeven. De wethouder had dit onderwerp als stormram gekozen voor een onderwerp dat hem de laatste tijd zeer aan het hart was gaan liggen.
Was er dan iets mis met zijn argumenten voor de zondagopenstelling? Ook de D66 fractie vond dat zijn eerste voorstel aan de raad rammelde. De onderbouwing deugde niet, maar vanuit ons liberale hart waren we wel voor. Desondanks hebben we aan de wethouder gevraagd terug te komen met een beter onderbouwd voorstel. En dat heeft hij ook gedaan, onze fractie was meer dan tevreden.
Maar toen was het politieke leven van de wethouder al een eigen leven gaan leiden. Er gingen verwijten heen en weer die niets meer te maken hadden met het onderwerp zelf. De fractievoorzitter van GroenLinks, de heer Van Valkenburg dreigde met het openbaar maken van alle email die is verstuurd tussen VVD en GroenLinks over dit onderwerp en de crisis die er ontstond. Het tekent het niveau van de manier waarop sommige fracties hun gelijk denken te kunnen rechtvaardigen.
Het moge duidelijk zijn dat met dit soort niveau de belangen van ondernemers, en de wensen van bewoners, volledig raken ondergesneeuwd. D66 heeft er staande de vergadering alles aan gedaan om alsnog tot een compromis te komen, en de schade van deze soap te beperken. Door voor te stellen dat de de zondagopenstelling bij wijze van proef wordt ingesteld. En toen dat werd afgestemd heeft D66 voorgesteld om dan niet direct te gaan handhaven, omdat een besluit op deze manier genomen, nadere overweging verdient.
De motie heeft het niet gehaald, maar de volgende dag al liet wethouder Asscher van de Centrale Stad op vragen van D66 weten dat hij reeds contact had gehad met Stadsdeelvoorzitter Olij. Het komt er in het kort op neer dat de soep niet zo heet zal worden gegeten als die wordt opgediend. Winkeliers hoeven in de maand januari niet bang te zijn dat ze in de boeien worden geslagen omdat ze op zondag open zijn.
Dat is mooi, maar daar neemt D66 Oud-West geen genoegen mee. Kennelijk was dit onderwerp een maatje te groot voor dit stadsdeel. Misschien had de commissie Mertens (die adviseert over de maat van stadsdelen) wel gelijk dat de Centrale Stad gebruik moet gaan maken van zijn bevoegdheid om stadsdelen aanwijzingen te geven als een stedelijk belang dit noodzakelijk maakt.
Tot nu toe heeft de Centrale Stad dat nog nooit gedaan. Maar als er een onderwerp is dat het stadsdeelbelang overstijgt, dan is het dit. Hier zitten zoveel grote belangen aan vast, dat de D66 fractie in Oud-West niet aarzelt om de Centrale Stad te verzoeken dit besluit van de Stadsdeelraad te vernietigen.
zaterdag 20 december 2008
Abonneren op:
Berichten (Atom)
